
"Ik begon met blokfluitles op m'n vijfde. Drie jaar later kwam daar altfluitles bij. Ik was twaalf toen de direkteur van de muziekschool mij hoboles ging geven. Een paar jaar later kwam daar pianoles bij. Die kreeg ik van mevrouw Jordans, familie van de Andriessens.
Op m'n negentiende ging ik studeren aan het Conservatorium in Rotterdam. Na verloop van tijd vloog de professionele muziekwereld mij naar de keel en besloot ik m'n studie te beëindigen. Die wereld was voor mij veel te hard. Teveel ellebogenwerk. En ik wilde ook niet als soliste verder...
Ik besloot om les te geven - aan amateurs tussen de schuifdeuren, zonder dwang. Mijn hoboleraar, meneer Kingma, was mijn grote voorbeeld. Zoals hij in het leven stond en met muziek omging, zo wilde ik ook lesgeven. Hij gaf me z'n passie door. Nog dagelijks gebruik ik termen van hem, en alles wat hij mij ooit heeft meegegeven deel ik met mijn eigen leerlingen."